inkijkje:

2.jpeg

 

uit de laatste Spinbarg nieuwsbrief...(augustus 2017)

DE MEDEWERKERS: Moniek Westerman
In iedere nieuwsbrief stellen we één of meer medewerkers van Spinbarg voor.

In deze nieuwsbrief vertelt kunstenaar Moniek Westerman over haar bijdrage voor Spinbarg: een kijkkast vol religieuze wonderverhalen.
‘Mijn werk kent geen specifieke techniek. Heel veel is assemblage van al bestaand materiaal. Dat kan echt alles zijn. Het begint met zoeken in tweedehandswinkels en oude laadjes. Alles wat ik bij elkaar ‘assembleer’ wordt met een grote dot constructielijm vastgezet. Het is een mix van plannen en ‘laten ontstaan’. Met plakhanden en de radio aan (altijd radio 1, de actualiteit) voel ik me een spelend kind, maar wel verbonden met de ‘volwassen wereld’. Dat is voor mij de essentie van kunst maken. De verbinding zoeken.

De opdracht voor Spinbarg stelde me in staat om het universele te verbinden binnen een eigen wereldje van 60x60x60 cm. Door de verhalen te lezen en te proberen te begrijpen kwam ik in een mij ‘onbekend’ (vrijwel onbekend) wereldje dat dichterbij lag dan ik voorheen doorhad.
Wat ik eruit haalde: Het verleden en heden verschillen niet zo van elkaar. Altijd is er een zoeken naar houvast, troost en hoop. Religieuze wonderverhalen doen het daarbij goed. (Goed)gelovigheid is van alle tijden, of tenminste: de wens dat het onmogelijke mogelijk kan zijn.
Langzaamaan kon ik de verhalen wat loslaten en er een eigen draai aan geven. Het gekke is: soms werd mijn eigen interpretatie in mijn hoofd het werkelijke verhaal. Het verhaal ging een eigen leven leiden. De verhalen vloeiden ineen. Dit heb ik niet tegengehouden of gecorrigeerd. Het is uiteindelijk mijn wereldje geworden. Om het kijken niet al te eenvoudig te maken heb ik aarde en hemel omgedraaid. De hemel en de zee lopen in elkaar over. Eigenlijk is dat in werkelijkheid ook zo.’

 
Bestand 28-05-17 12 16 23.jpeg

De poster met alle aanlegplaatsen van de Familietrouw, het schip vol verhalen van het 'Spinbarg' project dat door de hele provincie Groningen zal varen.

 
Bestand 24-01-17 11 39 50.jpeg

Work in progress: mijn bijdrage voor Spinbarg

In 2017 staat de provincie Groningen in het teken van verhalen! Een enorm web aan verhalen, tentoonstellingen, bijeenkomsten ..... dat almaar zal groeien.

Dit project heet 'Spinbarg'.

Spinbarg heeft een site (spinbarg.nl) propvol informatie en een actieve FB pagina.

Het is voor mij een grote eer om ook een bijdrage te mogen leveren: ik maak een 'kijkkastje' met oude Groninger religeuze verhalen.

Over het proces hou ik een blogje bij op de FB-pagina van Spinbarg en ik ga deze posten op deze site 'de making off'.

Een voorproefje van zo'n foto: 'de baddies' (de slechterikken). Ze zijn van alle tijden, maar zeker spelen ze ook een rol in de verhalen van Groningen. Dieven, boeven, die er met het goud van de kerk vandoor willen.

Hieronder telkens mijn verhaaltje bij een plaatje:

 

 
Bestand 18-01-17 10 45 47.jpeg

Walfridus


Walfridus ken ik in de eerste plaats van de moderne spoorbrug over het van Starkenborghkanaal. De brug is hoog. Dat weet ik, want soms heb ik er een ‘heuvellooptraining’.
Als je bovenop staat heb je een weids uitzicht.
Dat Walfridus een vrome Bedumer boer was die de eerste brug over de Hunze bij Noorderhoogebrug zou hebben laten aanleggen om sneller de Martini-kerk in Groningen te kunnen bereiken, lees ik nu pas. Nu, omdat ik me verdiep in de visuele representatie van Walfridus.
Het verhaal gaat dat de beste man rond het jaar 1000 een gewelddadige dood vond in handen van Noormannen (roege Soatanskinder). Een heel web van overleveringen volgt: over wonderen, de Walfridus Vrede en Bedum als middelpunt van de wereld (pelgrimsoord).
Ik heb Walfridus precies gemaakt hoe ik me deze stoere, heilige, Groninger bruggenbouwer voorstel:
‘lopt hailege Walfridus, ’t kruus in hannen’.

 
20170110_135450467_iOS.jpg

Fabuleren

Na enkele religieuze 'wonderverhalen' uit het Groninger verleden te hebben gelezen, gebeurde er iets onverklaarbaars met de bedrading in mijn brein. Een nieuw verhaal werd geboren. Al had ik de vaste overtuiging dat ik het gewoon gelezen had, het stond nergens. Voor mijn geestesoog vloog een gestolen ouwel (hostie) gewoon zelf terug naar de kerk. In de originele versies van deze wonderverhalen ging het net even anders. Ouwels, die door dieven gedumpt werden in een sloot (de boeven waren uit op de gouden bekers waarin ze bewaard werden) gaven licht en heiligden ter plekke het water.
Ik maakte een 'vliegende hostie' en voegde onbedoeld mijn eigen 'wonderverhaal' toe.

 
Bestand 27-02-17 20 27 01.jpeg

Het ijzingwekkende verhaal van baby Ludger.

Moeder en kind sterfte rondom de bevalling is in Nederland goddank nog maar een zeldzaamheid. Als het, ondanks alle goede zorg toch gebeurt dan is dit diep ingrijpend.
In 744, het geboortejaar van Ludger, was ter wereld komen bomvol risico’s. Dat balanceren op het randje van leven en dood moet zo’n impact hebben gehad dat zelfs het wreedst denkbare tot de opties behoorde: een mensenoffer om de goden gunstig te stemmen.
Bij het lezen van het oude Groningse verhaal over ‘Baby Ludger en de emmer’ lopen de rillingen langs je rug.
Ludger’s oma wilde hem offeren. Hoe? Door hem in een emmer in een put te laten verdrinken. Hoezo? Uit dankbaarheid voor de voorspoedige bevalling.
Wat gebeurde ter toen? De vroedvrouw greep in. Moedig redde ze Ludger en voedde hem op als haar eigen kind. Ludger werd in 805 bisschop van Münster.

 

 
Bestand 26-01-17 15 27 09.jpeg

De arm van Johannes de Doper in de Martinikerk

‘Nepnieuws’ is van alle tijden. Neem het verhaal van “de Arm van Johannes de Doper”. Zonder provenance is die in Groningen terecht gekomen. Een koopman kwam hem tegen, ergens ver weg. Hij moest er een flinke duit voor neertellen, dat wilde hij wel vertellen. Nadat bleek dat de arm de beste man rijkdom en bescherming bood, verraadde een loslippige kluisbewoonster zijn geheim. Dat was reden genoeg voor de burgers om de arm te annexeren en er een schitterend kistje (in de vorm van een arm) voor te maken. De relikwie kwam in de Martinikerk en het beoogde effect, wonderen en genezingen, bleven niet uit.
Op een gegeven moment haalde een priester de arm uit zijn kistje om hem naar een zieke in Stad te brengen. Doek en arm kleurden rood van vers bloed en voelden aan als gloeiende kool.
Zo was het, als geschiedschrijver Caesarius tenminste geen alternatieve feiten opschreef.
Om mijn versie van ‘de arm’ te maken kon ik me met en pop. verf en kaarsvet uitleven. Ik voelde me een mix van een rekwisieten maker voor een horror-film en de ‘nepwonden’ maker voor het examen EHBO.