Bestand 15-02-17 09 29 21.png

"Verspijkerd en Verzaagd" Noordbrabants Museum

In het Noordbrabants Museum wordt een tentoonstelling georganiseerd over het 'Verzagen' van heiligenbeelden.

Mijn werk 'Vlucht' is uitgekozen en daar ben ik ongelooflijk trots op.

14 februari stond er ook een mooi en (2 pagina's) lang artikel in Trouw over mijn werk. De link staat hier:

https://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/nieuwe-kunst-maken-van-afgedankte-jezusbeelden~a9fc792e/

 
C4CC8882-7E24-4276-BE17-2C7B9F62D845.full.JPG

Over het werk ┬┤Vlucht┬┤ (2011-2016)

Mij werd gevraagd om wat achtergrond te schrijven over het werk 'Vlucht'.  (vanaf 18  februari 2017 te zien in het Noordbrabants Museum, den Bosch in de tentoonstelling ''Verspijkerd en Verzaagd", het gebruik van Heiligenbeelden in de kunst.

In de Nederlandse Hervormde Kerk van mijn kindertijd waren geen beelden. Als je het bestaan er niet van kende, miste je het ook niet. Wij leefden volkomen binnen het ‘zuiltje’. Ik wist niets van dogma’s. Dat, als men beelden maakte van de Bijbelse figuren, het gevaar op de loer zou liggen dat men ze ging vereren en aanbidden. Of mogelijk in de verleiding zou komen om iets af te dwingen.Het geestesleven van de calvinist speelde zich af in het hart: dat was zondig en dat had je zelf te dragen. Protestanten moesten dus non-stop op scherp staan en dan kon je frivoliteiten maar beter weglaten. De lidmaten moesten het doen met het abstracte begrip ‘genade'. Qua beelden was er één uitzondering: de ‘Duif’, symbool voor de Heilige Geest. Geen Maria die liefdevol tussen de mens en God kon bemiddelen; geen gekruisigde Jezus met pijn in de blik en rode verf uit de wonden. Evenmin kaarslicht, overdaad, glimmende objecten of de vervoering van wierook en onverstaanbare klanken. Allemaal generiek ‘fout’. 

Tijdens mijn 5e levensjaar verhuisden we tijdelijk naar het Rooms Katholieke Oldenzaal. Dat was een onbedoeld inkijkje (geen deelname) in het Tableau Vivant van de RK-Kerk, inclusief de carnavals optocht die ik, na veel zeuren, mocht zien. Na een klein jaar keerden we terug naar een vastgetimmerd protestants netwerk in Assen. Ik heb geen loodzwaar zwarte-kousen-christendom meegemaakt met eeuwige grauwsluier, loop niet met een trauma rond om een gemist ijsje op warme zondagen en heb geen heftig verlatingsverhaal. God en Jezus hadden het beste met ons én met de mensen die onze kerk toebehoorden voor. Zuinigheid, medemenselijkheid, bescheidenheid, aandacht voor elkaar in een warm gezin en 'je best' doen: die waarden waren belangrijk. Toch was ik vaak angstig. “Waarom, daarom, bestwil. Amen” is mijn samenvatting van het antwoord dat ik toen kreeg op (te) kritische vragen.

Heel veel jaren later. Haast een halve eeuw, spring ik in de tijd vooruit.

Inmiddels ben ik beeldend kunstenaar geworden. Iemand die erg veel in rommelwinkels komt omdat de tijd daar zo mooi niet-chronologisch opeengestapeld ligt. Het valt me op dat er (ook in Groningen, waar ik woon) regelmatig afgedankte kruisbeelden liggen. Ontdaan van alle heiligheid, met een prijssticker pontificaal erop geplakt. Deze beelden moeten ooit aanbeden zijn geweest. Dat kan haast niet anders. Wat mooi, hoe prachtig. Ik begon ze schoorvoetend te kopen. Heel eerlijk gezegd gewoon op een kinderachtige en haast baldadige manier. Wat niet mag, niet mocht, blijft altijd spannend.

In die tijd verzon ik ook dat ik een kunstwerk wilde maken met ‘lege’ kruizen. Die waren er maar weinig. Feitelijk zat de Corpus Christi me dus in de weg en in het atelier bleek het eenvoudig te zijn om de drie piepkleine spijkertjes los te peuteren met een tangetje. Dat ik daarmee Jezus van zijn kruis aan het verlossen was (‘de kruisafname’), die symboliek, ontging me niet! Daar lagen ze dan, restproducten: armen wijd, oneerbiedig in een plastic bakje. Dat ritueel herhaalde zich, het bakje werd voller. Als kunstenaar viel me het verschil in materiaal gebruik op: van brons tot nepmetaal en spotgoedkoop plastic. Dat katholieke volkje was ook nog eens zo pragmatisch als de pest. Rode verf is rode verf. 

Ook kwam er een herziend beeld van Jezus in mezelf op. In deze lastige tijden van spirituele leegte nog altijd de ‘beste’. Ik voelde een soort terugkeer, zonder ballast. Jezus: goede herder van vroeger, hippie van JCS uit mijn tienerjaren, de man van de Bergrede die het leuk vond om ook met magie te strooien en die een scherpe geest had. Dat bakje ‘lijken’ (Corpora) ontroerde me op een dag zo dat ik mijn jas aan deed, naar het park liep en terug kwam met een handvol duivenveren*. Onmiddellijk ging ik aan de slag om Jezus te helpen vliegen, zo van vlieg maar weg, ga maar. Ik voegde er in mezelf aan toe: “Als ik jou was zou ik dat doen ook, vlucht maar! Deze wereld is je niet waard. Je bent zachtmoedig, geweldloos. Ja, zelfs je zogenaamde volgelingen staan onbeholpen aan de kant en luisteren nauwelijks meer echt naar je”.
Zo ontstond ‘Vlucht’.

*Uiteindelijk gebruikt: zelf gevonden veren uit verschillende plekken in de wereld en van allerlei vogelsoorten – dat vind ik belangrijk om erbij te vermelden

 

'Vlucht' (Crucifixen en vogelveren)

  • IMG7278JPG
  • IMG1612JPG
  • IMG7277JPG
  • IMG1621JPG
  • IMG7263JPG
  • C4CC8882-7E24-4276-BE17-2C7B9F62D845fullJPG